Wodan

de beschermheer van de Coven

Wodan is van oorsprong een Germaanse God. Over de religie en mythologie van de Germanen zijn jammer genoeg slechts flarden bewaard gebleven. De Germanen hadden een mondelinge traditie, verhalen en mythes waren erg belangrijk in hun religieuze en culturele beleving, maar die werden verteld en herverteld, net zoals bij de Kelten het geval was. De Germanen hadden wel een schrift, de futhark runen (zie les), maar dit werd niet gebruikt om verhalen op te schrijven. Het futhark werd gebruikt voor inscripties op graven, heiligdommen, op wapens en wapenuitrustingen, en ook voor magische doeleinden.

Historische bronnen over de Germaanse vinden we terug bij Romeinse historici, en later christenen, vaak monniken of andere religieuzen, die de verhalen dus meestal uit tweede hand neergeschreven hebben, en hoogst waarschijnlijk een aantal veranderingen hebben aangebracht. De bekendste hiervan zijn, naast wat Tacitus neerschreef, ongetwijfeld de Eddapoëzie, een verzameling anonieme verzen over goden en helden, en de proza-Edda, beiden hebben hun oorsprong in Ijsland. Verder zijn er ook skaldengedichten (skalden was de Germaanse naam voor barden). In de loop der tijden zijn zo heel wat feiten over de religie neergeschreven, soms als getuigenis over ketterijen in de Germaanse gebieden, nog later hebben de gebroeders Grimm een grondige studie gemaakt over de Germaanse mythologie, door ouderen te gaan bevragen en hun verhalen op te schrijven. Op die manier hebben we toch een schat aan informatie verkregen. Die informatie geeft niet weer hoe de Germaanse religie was rond het begin van onze tijdstelling, maar aangezien religie een levend gegeven is, is de informatie toch authentiek, en toont hoe de Germaanse religie ondanks de christelijke vervolging voor een groot deel heeft kunnen overleven in volksverhalen en gebruiken.

Om Wodan goed te kunnen begrijpen, baseren we ons enerzijds op de kennis die we rechtstreeks over hem hebben, en anderzijds op hetgeen we terugvinden over zijn “naaste verwanten”, Odin, Woden, Wodanaz en Gwydion (zie verder).

Wodan is de oppergod in het Germaanse godenrijk. Hij wordt gewoonlijk voorgesteld als een man met een wijde cape, een hoed op, een baard, en een staf in de hand, vergelijkbaar met de archetypische magiër (denk aan hoe Tolkien de magiër Gandalf beschrijft : Tolkien baseerde zijn boeken grotendeels op de Germaanse mythologie). Hij verplaatst zich op een wit paard, dat door de lucht kan vliegen. Hij is steeds onderweg, onder de mensen, door de velden, in de wouden, om kennis op te doen. Hij is de god van wijsheid, kennis, poëzie, literatuur, magie, zienerschap, genezing en kracht. Hij is wijs, maar ook sluw, en niet altijd even betrouwbaar als leidsman of bondgenoot. Wodan kan ook naar believen van gedaante veranderen. In tegenstelling tot zijn Noorse tegenhanger Odin, heeft hij weinig met oorlog en krijgskunst te maken. De Germaanse goden waren gedurende lange tijd de goden van de boerenbevolking  in de Germaanse streken (de adel had zich reeds geruime tijd tot het christendom bekeerd). Daardoor zijn de Germaanse goden, zeker in hun latere verschijning, veeleer goden van vruchtbaarheid en goden van het land en het weer, dan oorlogsgoden. (Denken we daarbij ook aan Vrouw Holle in al haar verschijningsvormen. Hier is Freya heel wat van haar agressie en vechtlust kwijtgeraakt.)

Wodans belangrijkste krachtdieren zijn de wolf en de raaf of kraai. Twee wolven zijn zijn huisdieren, later worden zij soms vervangen door wilde honden. Van Odin weten we dat zijn wolven Geri en Freki heten. De God zelf eet niet, hij schenkt zijn deel van het vlees aan zijn wolven. Hij leeft uitsluitend van de wijn (mede) die hij drinkt. Daarnaast zijn ook raven en kraaien aan hem gewijd. Hier zien we duidelijk zijn associatie met het dodenrijk . Wodan was dan ook heer over de doden. Hij voert, net als zijn gemalin Holda (en in vroeger tijden Frigg), de wilde jacht aan, brengt vernieling op de velden en vruchtbaarheid nadien. De wilde jacht bestaat uit een losgeslagen troep mensen, jagers, doden of wezens uit de andere wereld, samen met paarden en honden (veelal witte of ravenzwarte met rode ogen), die door de lucht jagen. De naam Wodan is verwant met het woord “woede”, zijn woede was befaamd en gevreesd.

Wodan is ook de God van de zieners en de profetie. Hij bracht de kennis van de runen naar de mensen, een kennis waarvoor hij negen dagen omgekeerd aan de levensboom Yggdrasil heeft gehangen, gewond door een speer (een belangrijk attribuut van Wodan was de speer), een zelf opgelegde initiatierite. Hij kijkt in de diepe afgrond, en met een luide kreet steekt hij zijn hand uit en grijpt de runen. Hij wordt in deze hoedanigheid ook wel Hroptr genoemd. (roepende God)