YS

 

En zo kwamen ze in het Westen 

aan de Wateren van de Eeuwige Zee  

 

 

En daar lag een Stad, 

met witte paleizen en zilveren daken.

Haar muren in de schuimende Zee.  

Haar torens in de voorbijrazende wolken.  

 

Haar koningin was Kerridwen 

en ze herkende de wolven

En de wolven herkenden Haar 

en noemden Haar Dahut.  

 

  En aan de voet van een Wilg 

in de Stad van Dahut

Bouwden de wolven een kasteel

dat schitterde in het licht van de Maan

 

 

en noemden het Ys.